Sociaal maatschappelijke ontwikkelingen
Participatiewet in Balans
De landelijke herziening van de Participatiewet (“Participatiewet in Balans”) heeft de komende jaren gevolgen voor het hele participatiedomein, zoals inkomen, werk, re-integratie en handhaving. Het doel is een wet die eenvoudiger is, beter uitvoerbaar en meer aansluit bij de situatie van inwoners.
Richting 2027 en daarna worden verdere aanpassingen verwacht. Dit vraagt om doorontwikkeling van beleid en uitvoering en goede afstemming met partners. De precieze impact is nog niet volledig duidelijk, maar deze wordt naar verwachting structureel.
Wet van school naar duurzaam werk
De Wet van school naar duurzaam werk is op 1 januari 2026 in werking getreden (met 2026 als transitiejaar). Het doel is meer kansengelijkheid en betere begeleiding van jongeren tot 27 jaar met een kwetsbare positie bij de overgang van school naar werk en bij het behouden van werk.
Gemeenten raken door het onderwijs of via het Doorstroompunt (voorheen RMC) eerder bij jongeren betrokken voor de begeleiding naar duurzaam werk en hun blijvende ontwikkeling. De wet biedt scholen, doorstroompunten en gemeenten meer mogelijkheden om kwetsbare jongeren tot 27 jaar te ondersteunen door samenwerking in de arbeidsregio middels een regionaal programma. Het is niet de verwachting dat deze wetswijziging ook financiële gevolgen heeft.
Revitalisatie Koers WSD
WSD en deelnemende gemeenten werken samen aan de revitalisatie van de koers WSD, vastgesteld in 2021. Dit proces startte in 2025 en krijgt in de loop van 2027 zijn definitieve vorm. We werken via twee sporen: inhoud en volume van dienstverlening en financierbaarheid en optimalisatie van integrale participatieketen. Uiteindelijk verbinden we beide sporen, wat leidt tot een toekomstbestendig ecosysteem waarin mensen met een ondersteuningsbehoefte duurzaam participeren en ontwikkelen, en gemeenten, werkgevers en WSD effectief samenwerken.
Participatiewet - Inkomen
De komende jaren passen we regelingen, beleidsregels en verordeningen verder aan, onder andere door de Participatiewet in Balans. Daarbij ligt de nadruk op eenvoud en betere toegankelijkheid, bijvoorbeeld door vaker automatisch toekennen van regelingen.
De belangrijkste wijzigingen in het minimabeleid zijn al vastgesteld in het Beleidsplan Armoedebestrijding & Schuldhulpverlening in Best 2025-2029, inclusief de bijbehorende financiële kaders. Daarom worden op korte termijn geen grote financiële afwijkingen verwacht.
Tegelijkertijd willen we dat méér inwoners gebruik maken van de regelingen waar zij recht op hebben. Als dit lukt, kan dat leiden tot hogere uitgaven.
Om het bereik van regelingen te vergroten, wordt gewerkt met een armoederegisseur. Deze functie loopt momenteel als pilot van twee jaar die begin 2027 afloopt. Dit wordt meegenomen in de begroting 2027.
Wmo
Ook in 2027 blijft de Wmo onder druk staan door vergrijzing, stijgende zorgvraag, complexere ondersteuning en arbeidsmarktkrapte. De invoering van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage is uitgesteld, terwijl al wel uitnames uit het gemeentefonds zijn verwerkt. Hierdoor blijven de kosten hoog.
Om de Wmo toegankelijk en betaalbaar te houden, zetten we blijvend in op preventie en voorliggende voorzieningen. Ingezette maatregelen zoals de centrale wachtlijst voor huishoudelijke ondersteuning dragen bij aan kostenbeheersing. Daarnaast optimaliseren we het cliëntervaringsonderzoek verder om inzichten te verkrijgen zonder inwoners onnodig te belasten.
Nieuwkomers
Sinds januari 2026 staat gemeente Best onder verscherpt toezicht door de provincie vanwege de achterstand op de taakstelling huisvesting statushouders . Een plan van aanpak is opgesteld en wordt periodiek gemonitord en geëvalueerd met corporaties en provincie
De gemeente Best voldoet momenteel niet aan de wettelijke verplichtingen die voortvloeien uit de Spreidingswet en bevindt zich daardoor in een bestuurlijke impasse. Om verdere uitvoering mogelijk te maken, is richting en besluitvorming vanuit de gemeenteraad noodzakelijk.
De Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) voor Oekraïense vluchtelingen loopt af in maart 2027. De gemeente Best volgt hierin het landelijke en regionale beleid en vertaalt dit naar de lokale uitvoering. De aflopende regeling zorgt voor onzekerheid over huisvesting en begeleiding van Oekraïense vluchtelingen binnen onze gemeente. Regionaal wordt samengewerkt aan uitvoerbaar beleid voor de overgangssituatie, waarbij continuïteit van opvang en ondersteuning een belangrijke randvoorwaarde blijft.
Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang
De voorgenomen doordecentralisatie naar alle gemeenten is landelijk opnieuw uitgesteld, waardoor centrumgemeente Eindhoven verantwoordelijk blijft voor de uitvoering en financiering. Tegelijkertijd zetten we in de regio wel de inhoudelijke beweging voort van beschermd wonen naar beschermd thuis. Daarbij ligt de nadruk op preventie, het versterken van de sociale basis en het bevorderen van zelfstandig wonen met passende ondersteuning. Dit kan gevolgen hebben voor verantwoordelijkheden en de financiering.
Hervormingsagenda Jeugd en Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming
De Hervormingsagenda Jeugd en het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming zijn richtinggevend voor de doorontwikkeling van het jeugdstelsel. Zij bieden kansen om ondersteuning aan kinderen en gezinnen effectiever, samenhangender en beheersbaar te organiseren. Tegelijkertijd brengen deze programma’s financiële en organisatorische risico’s met zich mee, door ambitieuze taakstellingen, uitvoeringsvraagstukken en afhankelijkheid van landelijke randvoorwaarden.
Deze landelijke programma’s worden uitgewerkt in regionale samenwerkingsverbanden, zoals bijvoorbeeld het onderwerp ‘sterke lokale teams’ een onderdeel is van het Meerjarenplan van Samen voor Jeugd en onderdeel is van het programma Toekomstscenario Zuidoost-Brabant: Veilig voor elkaar. Ontwikkelingen die op regionaal niveau worden ingezet kunnen lokaal gevolgen hebben voor de inzet van capaciteit en / of middelen (ten tijde van het schrijven is nog onbekend welke concrete financiële gevolgen / risico’s deze ontwikkelingen met zich mee kunnen brengen).
Sterke lokale teams: Doorontwikkeling visie Bestwijzer
De doorontwikkeling van Bestwijzer is een belangrijke stap in het versterken van de toegang tot ondersteuning voor inwoners en daarmee een belangrijke voorwaarde voor een toekomstbestendig sociaal domein. Mede ingegeven door de sterkte lokale teams zoals hierboven beschreven. We zetten in op een herkenbare, laagdrempelige en integrale toegang, waarbij sterke lokale teams een centrale rol vervullen; het sterke lokale team kijkt breed naar wat nodig is en biedt zelf kortdurende ondersteuning en begeleiding.
Positionering, integrale samenwerking en dienstverlening zijn noodzakelijke bouwstenen die bepalend zijn voor de visie, maar ook de vertaling in de praktijk, zoals duidelijke keuzes in werkwijze, rolverdeling en samenwerking met partners. Binnen deze doorontwikkeling wordt ook rekening gehouden met de fusie met Oirschot. Deze doorontwikkeling kan gevolgen hebben voor de inzet van capaciteit en / of middelen (ten tijde van het schrijven is nog onbekend welke concrete financiële gevolgen / risico’s deze ontwikkelingen met zich mee kunnen brengen).
Toenemende druk op jeugdhulp met financiële consequenties
De druk op zowel jeugdpreventie als op jeugdhulp neemt toe door een stijgende vraag, complexere problematiek en beperkte uitvoeringscapaciteit aangevuld met loon‑ en prijsontwikkelingen. De uitgaven aan jeugdhulp zijn wettelijk verplicht en kennen een open‑eindekarakter, waardoor deze ontwikkelingen direct financieel doorwerken in de gemeentelijke begroting.
Regionale samenwerkingsverbanden
Om de samenwerking in de regio verder te formaliseren wordt de Gemeenschappelijke Regeling Samen voor Jeugd opgericht. Deze zal in 2027 in werking treden.
Landelijke en regionale afspraken over gezondheid en preventie (IZA/GALA/AZWA)
Landelijke afspraken uit het IZA en GALA, regionaal uitgewerkt via het AZWA, richten zich op het versterken van preventie om de groei van het gebruik van geïndiceerde jeugdhulp, Wmo en het medisch domein te beperken. Deze afspraken vormen de context waarbinnen de gemeente opereert en heeft gevolgen voor de inzet van capaciteit en middelen (ten tijde van schrijven nog onbekend wat concrete financiële gevolgen zijn).
Stijgende verplichte bijdragen publieke gezondheid (GGD)
De gemeentelijke bijdragen aan de GGD nemen structureel toe door de uitbreiding en verzwaring van wettelijke taken en door een schaalsprong in de regio. Deze regionale ontwikkeling vraagt dat de GGD haar dienstverlening tijdig aanpast en versterkt. De koers richting een robuuste en toekomstbestendige GGD is ingezet met de bestuursopdracht uit 2019–2020 en wordt sindsdien verder uitgewerkt.
De schaalsprong brengt investeringen met zich mee in onder meer basiscapaciteit, professionalisering en innovatie, zodat de GGD adequaat kan blijven inspelen op toenemende en complexere publieke gezondheidsopgaven. Hiervoor is binnen de gemeentelijke bijdragen eerder al een structureel wendbaarheidsbudget vrijgemaakt. Tegelijkertijd wordt ingezet op scherpe prioritering, doelmatiger werken en nauwere samenwerking, om de publieke gezondheid ook op lange termijn beheersbaar te houden.
Voor- en vroegschoolse educatie (VVE) en onderwijsachterstandenbeleid (OAB)
De opvang van statushouders in het kader van de gemeentelijke taakstelling kan leiden tot een toename van het aantal kinderen met een (vermoedelijke) onderwijsachterstand en daarmee tot meer VVE-indicaties. Dit kan resulteren in hogere subsidielasten binnen de voorschoolse voorzieningen en vormt een financieel risico, mede doordat de vraagontwikkeling onzeker is.
Tegelijkertijd zijn de rijksmiddelen voor het onderwijsachterstandenbeleid (OAB) met circa 10% afgenomen. De combinatie van minder budget en mogelijk toenemende vraag zet de uitvoeringsruimte binnen VVE en OAB onder druk.
Integrale veiligheid
Weerbare samenleving
Toenemende (geopolitieke) spanningen in de samenleving, klimaatverandering en het grotere risico op langdurige stroomuitval vragen om het integraal versterken van zowel de maatschappelijke weerbaarheid als de veerkracht van de samenleving. Deze en hiermee samenhangende dreigingen brengen nieuwe opgaven met zich mee voor de manier waarop we als samenleving omgaan met thema’s als maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht, openbare orde en crisisbeheersing.
De gevolgen van een (langdurige) crisis worden uiteindelijk lokaal gevoeld, bij inwoners, bedrijven, instellingen en juist daarom spelen wij als gemeente een sleutelrol in het versterken van de maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht. Dit kan immers zowel de risico’s op verstoringen beperken, als zich snel herstellen en aanpassen aan nieuwe omstandigheden. Hier zijn extra middelen mee gemoeid.
Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost
De VRBZO heeft het regionaal beleidsplan 2027-2030 opgesteld. In het plan is het beleid vastgelegd ten aanzien van de taken van de veiligheidsregio.
In 2024 is de raad geïnformeerd over een aantal grote uitdagingen waar de veiligheidsregio in de komende jaren voor staat en de bestuurlijke opdracht die aan de directeur VRBZO is gegeven om in beeld te brengen wat de consequenties van deze uitdagingen zijn. Deelopdracht 1 (voldoen aan wet- en regelgeving) is in 2024 ter hand genomen en de resultaten zijn in 2025 bestuurlijk vastgesteld. Daarnaast is er een eerste start gemaakt met de uitvoering. Zowel deelopdrachten 2 (basis op orde) en 3 (komen tot een nieuw beleidsplan) komen terug in het Beleidsplan 2027-2030 VRBZO en zijn financieel per gemeente vertaald in de Kadernota 2027 van de VRBZO.
Om te voldoen aan de bestuurlijke opdrachten komt er een sterke toename van de jaarlijkse lasten van de VRBZO. Dit zorgt voor een jaarlijks tekort van 3 tot 3,5 ton voor de gemeente Best.
Burgerzaken
Het cluster Burgerzaken heeft in 2027 nog steeds te maken met de paspoortpiek (2024–2028). Deze ontwikkeling leidt tot een structureel hogere vraag naar reisdocumenten ten opzichte van voorgaande jaren. Naar verwachting wordt 2027 het drukste jaar binnen deze periode.
Deze ontwikkeling leidt tot een verhoogde werkdruk binnen het cluster Burgerzaken. Om de dienstverlening op peil te houden, wordt aanvullende capaciteit, onder andere in de vorm van inhuur, noodzakelijk geacht.
Verkiezingen
In 2027 vinden zeker 2 verkiezingen plaats. In maart worden landelijk de verkiezingen voor Provinciale Staten en de Waterschappen georganiseerd. Daarnaast vinden in november de herindelingsverkiezingen plaats in het kader van de samenwerking tussen de gemeenten Best en Oirschot.
Volgens de gebruikelijke werkwijze treedt de grootste gemeente op als kartrekker. In dit geval vervult de gemeente Best deze rol bij de voorbereiding en uitvoering van de herindelingsverkiezingen.
In de begroting wordt structureel rekening gehouden met één verkiezing per jaar. Doordat dit in de praktijk niet ieder jaar voorkomt, is er ruimte ontstaan binnen het budget om in 2027 twee verkiezingen te kunnen organiseren.