Ga naar de inhoud van deze pagina.
Jaarverslag 2025 Jaarrekening 2025 definitief

Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Inleiding

Deze paragraaf geeft informatie over hoe goed de gemeente financiële tegenvallers kan opvangen. Volgens het 'Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten' bestaat het weerstandsvermogen uit de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en alle niet-kwantificeerbare risico's.

De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden die de gemeente heeft of kan krijgen om onverwachte kosten te dekken of om een onverwachte daling van inkomsten te compenseren. Niet gekwantificeerde risico's zijn gebeurtenissen die buiten de controle van de gemeente vallen en waarvoor geen voorzieningen of reserves zijn gevormd. Deze kunnen belangrijk zijn voor de balans of de financiële positie.

In deze paragraaf staan:

  • de vermogenspositie
  • de kengetallen van de financiële positie
  • de beschikbare weerstandscapaciteit
  • Schades
  • Grondexploitaties
  • Misbruik en Oneigenlijk gebruik


Het is de verantwoordelijkheid van de gemeenteraad om ervoor te zorgen dat de begroting altijd sluitend is. Een sluitende begroting zonder weerstandsvermogen betekent echter dat er geen ruimte is voor tegenvallers. Dit kan de uitvoering van de programma's in gevaar brengen. Daarom is een financiële buffer noodzakelijk. Hoe groot die buffer moet zijn, hangt af van het risicoprofiel van de gemeente. Factoren die hierbij een rol spelen zijn onder andere: sociale structuur, groeipotenties en interne bedrijfsvoering.

Vermogenspositie

ACTIVA Rekening 2024 Begroting 2025
Rekening 2025

Vaste activa

Immateriële vaste activa

2

0

5

Materiële vaste activa

79.081

91.743

81.000

Financiële vaste activa

- Kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen

77

77

80

- Leningen aan woningbouwcorporaties

0

0

0

- Overige langlopende geldleningen

5.003

5.170

5.456

- Uitzettingen met een looptijd > 1 jr

0

0

0

Totaal vaste activa

84.163

96.990

86.541

Vlottende activa

- Onderhanden werk (BIE)

6.056

5.709

1.239

- Voorraad

7

0

7

- Uitzettingen looptijd < 1 jaar

46.529

6.500

56.161

- Liquide middelen

827

17.000

865

- Overlopende activa

2.907

100

3.126

Totaal vlottende activa

56.326

29.309

61.398

Totaal activa

140.489

126.299

147.939


Passiva Rekening 2024 Begroting 2025 Rekening 2025

Vaste passiva

Eigen vermogen

- Algemene reserves

29.203

29.311

40.393

- Bestemmingsreserves

49.001

10.786

46.672

- Resultaat

10.041

35.224

4.749

Totaal eigen vermogen

88.245

75.321

91.814

Voorzieningen

17.928

11.947

17.275

Vaste schulden (looptijd > 1 jaar)

18.250

17.667

17.667

Totaal vreemd vermogen lang

36.178

29.614

34.942

Vlottende passiva

- Netto vlottende schulden (looptijd < 1 jr)

7.925

14.364

10.818

- Overlopende passiva

8.141

7.000

10.365

Totaal vlottende passiva

16.066

21.364

21.183

Totaal passiva

140.489

126.299

147.939


Kengetallen financiële positie (cijfers per 31-12)


Rekening 2024 Begroting 2025 Rekening 2025

Netto schuldquote

-14,3%

14,7%

-17,7%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

-18,7%

9,8%

-22,3%

Solvabiliteitsratio

62,8%

59,6%

62,1%

Structurele exploitatieruimte

0,5%

1,0%

3,9%

Grondexploitatie

5,4%

5,4%

1,0%

Belastingcapaciteit

94,6%

101,4%

92,6%

Toelichting gehanteerde kengetallen

Netto schuldquote (%):

Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Hoe lager dit percentage is, hoe gunstiger de financiële positie. Het percentage van -17,7% betekent dat er meer uitzettingen zijn dan schulden.

Netto schuldquote (inclusief verstrekte leningen en hiervoor gecorrigeerd) (%):

Deze indicator laat zien hoe groot de schuld van de gemeente is in verhouding tot de inkomsten, waarbij ook wordt meegerekend hoeveel geld de gemeente heeft uitgeleend aan bijvoorbeeld woningcorporaties, andere overheden of verbonden partijen.

Omdat deze leningen ook risico’s met zich meebrengen, worden ze meegenomen in de berekening. Hoe lager het percentage, hoe beter de financiële positie van de gemeente.

Een percentage van -22,3% betekent dat de gemeente per saldo geen schuld heeft. Er is zelfs meer geld uitgezet (uitgeleend) dan dat er geleend is – wat dus een positief teken is voor de financiële gezondheid.

Solvabiliteitsratio (%):

Deze indicator laat zien hoe goed we in staat zijn om aan onze financiële verplichtingen op lange termijn te voldoen. Het wordt berekend door het eigen vermogen te delen door het totale vermogen. Hoe hoger het percentage, hoe beter we in staat zijn om aan onze toekomstige financiële verplichtingen te voldoen. Met een solvabiliteitsratio van 62,1% kunnen we in de toekomst aan onze financiële verplichtingen voldoen.

Structurele exploitatieruimte (%):

Dit kengetal berekent de structurele baten minus lasten, gecorrigeerd met structurele mutaties in reserves, gedeeld door de totale baten, gecorrigeerd met structurele mutaties in reserves, uitgedrukt in een percentage. Hoe hoger het percentage, hoe meer ruimte er is voor structurele uitgaven. Financieel gezien moet ernaar worden gestreefd om structurele lasten zoveel mogelijk af te dekken door structurele baten. Het percentage is > 0%, wat betekent dat er een gezonde balans is tussen de structurele uitgaven en de structurele baten.

Grondexploitatie (%):

Dit kengetal laat zien hoeveel geld de gemeente heeft geïnvesteerd in gronden (zoals bouwgrond) ten opzichte van de totale inkomsten, zonder de invloed van de reserves mee te rekenen.

Als de gemeente investeert in grond (bijvoorbeeld voor toekomstige bouwprojecten), dan stijgt de waarde van de gronden en ook het risico – dit zorgt ervoor dat het kengetal hoger wordt.

Als er juist gronden worden verkocht, levert dat geld op en daalt de waarde van de gronden – en dus ook het kengetal. Voor de gemeente Best geldt dat er op dit moment relatief weinig bouwgrond in exploitatie is. Dat betekent dat het financiële risico op dit gebied beperkt is.

Belastingcapaciteit (%):

Dit cijfer laat zien hoeveel belasting een gemiddeld gezin in Best betaalt, vergeleken met het landelijke gemiddelde. Het gaat om de OZB (onroerendezaakbelasting), rioolheffing en afvalstoffenheffing. We rekenen met een woning van gemiddelde WOZ-waarde.

Best scoort 92,6%. Dat betekent dat inwoners in Best minder betalen dan het gemiddelde in NL.

Het Rijk deelt dit cijfer in drie groepen in:

  • Categorie A: weinig risico
  • Categorie B: gemiddeld risico
  • Categorie C: veel risico

Categorie A Categorie B Categorie C Kengetal rekening 2025 Kwalificatie Best

Netto schuldquote

< 90%

tussen 90% en 130%

> 130%

-17,7%

A

Netto schuldquote gecorrigeerd

< 90%

tussen 90% en 130%

> 130%

-22,3%

A

Solvabiliteitsratio

> 50%

tussen 20% en 50%

< 20%

62,1%

A

Structurele exploitatieruimte

> 0%

0%

< 0%

3,9%

A

Grondexploitatie

< 20%

tussen 20% en 35%

> 35%

1,0%

A

Belastingcapaciteit

< 95%

tussen 95% en 105%

> 105%

92,6%

A





Beschikbare weerstandscapaciteit

De beschikbare weerstandscapaciteit van de gemeente is als volgt opgebouwd:

  • onbenutte belastingcapaciteit onroerende-zaakbelastingen (OZB)
  • budget voor het doen van onvoorziene uitgaven
  • vrije algemene reserve
  • stille reserves: het verschil tussen de actuele liquidatiewaarde en de boekwaarde van activa (gemeentelijke eigendommen).

In de onderstaande tabel is de beschikbare weerstandscapaciteit weergegeven:

Weerstandscapaciteit Bedrag x € 1.000

Jaarlijkse exploitatie :


Onbenutte belastingcapaciteit OZB

4.012

Stelpost voor onvoorziene uitgaven

50

Totaal weerstandscapaciteit in de jaarlijkse exploitatie

4.062

Vermogenssfeer per 1 januari 2026:


Vrije algemene reserve

40.393

Stille reserves

1.249

Totaal weerstandscapaciteit in de vermogenssfeer

41.642


Voor het afdekken van risico's gebruiken wij alleen de weerstandscapaciteit in de vermogenssfeer.

Toelichting

Voor het afdekken van risico's gebruiken wij alleen de weerstandscapaciteit in de vermogenssfeer.


Toelichting


Onbenutte belastingcapaciteit onroerende-zaakbelastingen (OZB)

Voor de OZB wordt door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de zogenaamde artikel 12-norm gehanteerd. Dit is het OZB-tarief dat een gemeente minimaal moet hanteren om in aanmerking te komen voor een artikel 12-uitkering. In de meicirculaire 2024 wordt hiervoor een normpercentage van 0,1614% van de WOZ-waarde aangegeven. De onbenutte belastingcapaciteit OZB betreft het verschil tussen het in de gemeente geldende tarief en het normtarief voor artikel 12-gemeenten.


Onvoorzien

Het budget voor onvoorziene uitgaven is in 2025 € 50.000.


Vrije algemene reserve

De vrije algemene reserve is een reserve waarvoor de gemeenteraad nog geen besteding heeft vastgelegd. Voor de berekening in deze paragraaf wordt de stand van deze reserve volgens deze jaarrekening per 1 januari 2026 gehanteerd. Het saldo van de vrije algemene reserve wordt per 1 januari 2026 geraamd op € 40.393.000.


Stille reserves

Er is sprake van een stille reserve wanneer de actuele liquidatiewaarde van een gemeentelijk eigendom hoger is dan de boekwaarde. Het gaat hierbij om alle gemeentelijke eigendommen die niet voor de openbare dienst bestemd zijn.

Een voorbeeld hiervan is landbouwgrond, die (nog) niet in bouwgrondexploitaties is opgenomen.

In 2025 is de stille reserve € 1.249.000.

Schades

In de oorspronkelijke begroting van 2025 stonden de plannen voor dat jaar, inclusief de benodigde financiële middelen. Echter, we kunnen te maken krijgen met financiële tegenvallers die vooraf niet waren begroot. In de verschillenanalyse staat beschreven of er extra kosten of tegenvallende opbrengsten zijn geweest op de verschillende onderdelen.

Grondexploitaties

We hebben voor de grondexploitaties €5.610.000 nodig als buffer om risico’s op te vangen. We hebben hier nu €10.269.420 voor gereserveerd in de risicoreserve grondexploitaties. De vrije algemene reserve wordt daarom aangevuld met € 4.659.420 vanuit de risicoreserve grondexploitaties. De cijfers worden nader toegelicht in de meerjarenprognose grondexploitaties 2026.

Misbruik en oneigenlijk gebruik

We hebben verschillende werkzaamheden uitgevoerd om de kans op misbruik en oneigenlijk gebruik te verkleinen.

Hiertoe voerden we onder andere een frauderisicoanalyse uit. Volgens planning zouden we in 2025 twee beheersmaatregelen zoals benoemd in de frauderisicoanalyse oppakken. Deze acties hebben een langere doorlooptijd en ronden we, naar verwachting, de komende jaren af.

Daarnaast vonden in de reguliere werkprocessen (o.a. omgaan financieel administratieve wijzigingen en gunning van Europese aanbestedingen) controles plaats die misbruik en oneigenlijk gebruik verkleinen.

Tot slot zijn er ook verbijzonderde interne controles uitgevoerd op de financieel risicovolle processen met een materiele omvang (o.a. salarissen, sociaal domein, belastingen, inkopen en aanbesteden, subsidies)


Overige risico´s

APPA pensioenen ex‑wethouders

In de jaarrekening 2025 is in de berekening rekening gehouden met de omzetting van de APPA‑pensioenverplichtingen van voormalige wethouders naar het pensioenfonds ABP per 1-1-2028. Deze omzetting vloeit voort uit landelijke wet- en regelgeving en is gericht op uniformering en vereenvoudiging van de pensioenuitvoering.

Risico’s en aandachtspunten

Bij deze omzetting zijn de volgende risico’s en onzekerheden onderkend:

  • Financieel risico
    Ten tijde van het opstellen van de jaarrekening 2025 is er nog geen definitieve overdrachtswaarde bekend. De gemeente Best monitort dit proces actief. Voor zover noodzakelijk is in de jaarrekening een voorziening getroffen op basis van de meest recente inzichten, conform BBV. Hierbij is rekening gehouden met een extra dotatie van 15%. Het feit dat de definitieve overdrachtswaarde aan ABP nog niet bekend is, zorgt dit voor een extra risico en onzekerheid. Dit kan mogelijk leiden tot een incidenteel nadeel in een volgend boekjaar.
  • Renterisico
    Schommelingen in de marktrente op het moment van overdracht kunnen invloed hebben op de hoogte van de over te dragen pensioenverplichting aan ABP.

Inflatie

Het huidige conflict in het Midden-Oosten zorgt voor stijgende brandstof- en energieprijzen.
Hoe langer het conflict duurt hoe groter de kans dat de inflatie een structureel karakter gaat krijgen.
Mogelijk gaan leveranciers dit doorbereken in hun prijzen. Dit kan direct en indirect gevolgen hebben voor onze gemeentelijke begroting.