Inleiding
Met financiering bedoelen we het omgaan met geld, leningen en beleggingen. In deze paragraaf leggen we uit hoe we in 2025 onze geldzaken hebben geregeld. We volgen hiervoor de regels uit de wet Fido. Daarnaast houden we ons aan onze eigen afspraken, vastgelegd in het Financieringsstatuut 2025. We beginnen met de landelijke ontwikkelingen in 2025, waar we als gemeente geen invloed op habben. Daarna vertellen we hoe onze financiële positie zich in dat jaar heeft ontwikkeld.
Ontwikkelingen financiering
Externe ontwikkelingen financiering
De belangrijkste externe ontwikkelingen waarmee we te maken hebben als decentrale overheid zijn de landelijke wetgeving en de ontwikkeling van de rente. In 2025 was sprake van lichte stijging van de lange rente (referentierente 10 jaar). Daarentegen is de korte rente (referentierente 3 maanden) gedaald in 2025. Bij het onderdeel werkelijke ontwikkeling rente wordt nader op de renteontwikkelingen in 2025 ingegaan.
Interne ontwikkelingen financiering
In 2025 is gestuurd op alle inkomende en uitgaande kasstromen en de actuele rentevisie. Er was sprake van een financieringsoverschot dat is geparkeerd in de schatkist van het Rijk. Verwezen wordt naar het onderdeel ' liquiditeitsverantwoording'.
In januari 2025 is het nieuwe 'Financieringsstatuut 2025' vastgesteld ter vervanging van het 'Financieringsstatuut 2016'.
De belangrijkste wijzigingen hierin:
- er zijn regels opgesteld voor het verstrekken van gemeentelijke geldleningen en gemeentegaranties, overeenkomstig de uitgangspunten in de 'Financiële verordening 2023'; -
- verantwoordelijkheden en bevoegdheden zijn aangepast aan het actuele organisatiemodel en efficiënter geregeld.
Werkelijke ontwikkeling rente
Renteontwikkelingen
Hieronder is de renteontwikkeling (t/m 31 december 2025) grafisch weergegeven. Om de ontwikkeling te kunnen volgen is ook de werkelijke ontwikkeling van de rente in de achterliggende periode opgenomen. In 2025 was sprake van een daling van de korte rente naar ongeveer 2% en een stijging van de lange rente naar ongeveer 3%.
Ontwikkeling lange rente (referentierente 10 jaar vast)
De hoogte van de lange rentes wordt vooral bepaald door vraag en aanbod naar geld op de kapitaalmarkt en door de verwachte inflatie. De lange rente (10 jaars) is in 2025 opgelopen naar 2,89% per einde jaar. In 2025 hadden we geen nadelige gevolgen van deze rentestijging, omdat gedurende 2025 sprake was van een financieringsoverschot.
Ontwikkeling korte rente (referentierente 3 maanden vast)
De Europese Centrale Bank (ECB) stelt de korte rentes vast door middel van de zogenoemde Euribor tarieven. De korte rente (3-maands Euribor) is in 2025 gedaald naar 2,06% per einde jaar. Dit betekent dat we minder rente ontvingen (per miljoen tegoed) over het saldo in de schatkist.
Conclusie rentevisie en renteontwikkeling
Bij financieringsbeslissingen is gestuurd op de geldstromen prognose en de actuele rentevisie. Op grond hiervan zijn overtollige middelen volledig aangehouden in de schatkist.
Renteresultaat
Onderstaande tabel geeft inzicht in het renteresultaat:
Bedragen x € 1.000 (-/- = nadelig)
|
Omschrijving: |
2025 |
|
a. Rente aangetrokken financieringen |
-181 |
|
|
|
|
b. Rente verstrekte financieringen |
978 |
|
Rentesaldo financieringen (-/- = nadelig) |
797 |
|
d: Rentebaten vanuit grondexploitaties (obv omslagrente = 0%) |
0 |
|
Rentesaldo na directe toerekeningen (-/- = nadelig) |
|
|
e1: -/- rente over eigen vermogen |
0 |
|
e2: -/- rente over voorzieningen |
0 |
|
Rentesaldo (-/- =nadelig) |
0 |
|
f. toegerekende rente aan taakvelden (via renteomslag)* |
0 |
|
Renteresultaat (-/- = nadelig) |
797 |
* In 2025 is sprake van een voordelig renteresultaat, waardoor het niet nodig was om rente toe te rekenen aan de taakvelden.
Overzicht verstrekte en opgenomen leningen
Het overzicht verstrekte en opgenomen leningen kan worden onderverdeeld in 3 hoofdrubrieken:
A. Verstrekte leningen
Het betreft:
-leningen in het kader van de publieke taak, boekwaarde per 31 december 2025 € 0,328 miljoen;
-startersleningen, boekwaarde per 31-12-2025 € 3,885 miljoen;
-zonnepanelen "De Groene Zone tranche 1", boekwaarde per 31-12-2025 € 1,243 miljoen;
B. Financiële middelen met een korte rentevastperiode: ≤ 1 jaar:
Op 31 december 2025 was het financieringsoverschot in de schatkist van het Rijk € 44,697 miljoen en waren er geen deposito's uitgezet.
C. Opgenomen leningen (bedrijfsvoering)
Per 8 maart 2022 zijn 2 lineaire langlopende geldleningen aangetrokken van ieder € 10 miljoen, één met een looptijd van 30 jaar en één met een looptijd van 40 jaar. Het saldo van deze geldleningen was per 31 december 2025 € 17.667.000.
Risicobeheersing financieringen
Risico’s zijn beheerst door:
- te beslissen op basis van een actuele liquiditeitsprognose;
- het hanteren van een actuele rentevisie;
Liquiditeitsverantwoording
Ontwikkeling financieringssaldo 2025
Aan het begin van 2025 was het saldo vrij besteedbare middelen in de schatkist van het Rijk € 30,284 miljoen. Aan het einde van 2024 bedroeg het saldo € 44,697 miljoen. Er werd per ultimo 2025 een vrij besteedbaar saldo van € 16,6 miljoen verwacht. De voordelige afwijking ten opzichte van de raming, kan worden verklaard doordat investeringen en grondexploitaties een langere doorlooptijd kennen of later worden uitgevoerd dan geraamd. Verder zijn diverse exploitatie uitgaven niet gedaan in 2025. Hiervoor wordt verwezen wordt naar het jaarresultaat 2025.
Renterisicobeheersing voor de korte termijn: de kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet stelt een limiet aan het bedrag dat een gemeente aan leningen met een kortlopende rente (< 1 jaar) mag hebben. De kasgeldlimiet is in 2025 niet overschreden.
Renterisicobeheersing voor de lange termijn: de renterisiconorm
Renterisico's ontstaan bij het vastzetten van de rente (financiering, herfinanciering en/of het afspreken van een nieuwe rentevastperiode). Ter beheersing van dit risico heeft de wetgever bepaald dat in een jaar voor maximaal 20% van het begrotingstotaal de rente opnieuw kan worden vastgesteld. Doordat in een jaar maximaal 20% mag worden geherfinancierd, ontwikkelt de totale rentelast zich gelijkmatiger en worden schokken in de exploitatie voorkomen.
In 2025 zijn geen langlopende financieringen aangetrokken, zijn er geen herfinancieringen gedaan en zijn geen nieuwe rentevastperioden afgesproken. We zijn in 2025 binnen de kaders van de renterisiconorm gebleven.
Koersrisicobeheersing
Koersrisico’s zijn uitgesloten door alleen transacties te verrichten waarbij de oorspronkelijke inleg gegarandeerd is en uitsluitend transacties te verrichten in de valuta Euro (€).
Kredietrisicobeheersing
Nederland wordt door de erkende ratingagency’s S&P, Moody's en Fitch gewaardeerd met een AAA rating. Dit is de hoogst mogelijke kredietwaardigheid. Doordat wij onze tijdelijk overtollige financiele middelen in 2025 hebben uitgezet in 's-Rijks schatkist, was er nagenoeg geen kredietrisico.